Beslag op goederen van verdwenen rechtspersoon

Met het arrest van 13 november 2015 vult de Hoge Raad een lacune in de wetgeving en worden de verhaalsmogelijkheden van schuldeisers verruimd. De Hoge Raad heeft in dit arrest geoordeeld dat het verdwijnen van een rechtspersoon (doordat deze is ontbonden) niet betekent dat een beslaglegger geen verhaalsmogelijkheden meer heeft. Als de goederen waarop beslag is gelegd, in weerwil van dat beslag zijn overgedragen aan een derde, dan kan de beslaglegger zijn vordering tegen deze derde richten, aldus de Hoge Raad in zijn arrest.

Een ontbonden rechtspersoon houdt op te bestaan als hij geen te vereffenen vermogen heeft dan wel, als hij een dergelijk vermogen wel heeft, op het tijdstip waarop de vereffening van dat vermogen eindigt. In dat geval is de omstandigheid dat beslag is gelegd op vermogensbestanddelen van de rechtspersoon die vervolgens zijn overgedragen aan een derde, geen grond voor het voortbestaan van de rechtspersoon. Een overdracht in weerwil van een beslag is immers rechtsgeldig in onderlinge verhouding van de overdragende rechtspersoon en de verkrijger, zodat die overdracht tot gevolg heeft dat de vermogensbestanddelen niet langer deel uitmaken van het vermogen van de rechtspersoon. Een overdracht in weerwil van een beslag heeft slechts tot gevolg dat de beslaglegger de overdracht mag negeren omdat zij jegens hem niet kan worden ingeroepen, en dat hij dus nog steeds verhaal kan nemen op de goederen waarop het beslag rust.

De Hoge Raad geeft hiermee een praktische oplossing voor het ontbreken van een wettelijke regeling voor deze situatie.

 

 

 

NIEUWS:

Beslag op goederen van verdwenen rechtspersoon

Met het arrest van 13 november 2015 vult de Hoge Raad een lacune in de wetgeving en worden de verhaalsmogelijkheden van schuldeisers verruimd. lees meer=>